Artikel
4 min read
Wet DBA: zo beoordeel je schijnzelfstandigheid
Contractorbeheer

Auteur
Deel Team
Laatste update
01 september, 2026

Table of Contents
Wat de Wet DBA van opdrachtgevers vraagt
De praktische beoordelingscriteria onder de Wet DBA
Wat dit betekent voor de opdrachtgever
Veelgemaakte fouten bij de beoordeling
Wanneer schakel je juridisch advies in
Een terugkerende beoordeling voorkomt een kostbare naheffing
Belangrijkste punten
- De Wet DBA verving de oude VAR-verklaring en legt de beoordeling van een arbeidsrelatie expliciet bij de opdrachtgever neer, niet alleen bij de zzp'er.
- Vanaf 31 december 2026 geldt onder de Wet invoering rechtsvermoeden een wettelijk rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief onder circa €38 (peildatum 1 januari 2026, jaarlijks geïndexeerd). De bewijslast verschuift dan naar de opdrachtgever.
- Een modelovereenkomst is geen garantie: de overheid keurt geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed, en de feitelijke werksituatie weegt zwaarder dan het contract.
De Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) bepaalt hoe Nederlandse opdrachtgevers moeten beoordelen of een freelancer echt zelfstandig werkt of in de praktijk als werknemer functioneert. Sinds het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 is opgeheven, controleert de Belastingdienst weer actief op deze beoordeling, met naheffingen tot gevolg wanneer die beoordeling niet klopt. Voor HR- en financeteams die met zzp'ers werken, is dat een directe reden om de eigen beoordelingspraktijk tegen het licht te houden. Dat vraagstuk is overigens niet uniek voor Nederland: een vergelijking van freelancer versus werknemer per land laat zien hoe classificatiecriteria van rechtsgebied tot rechtsgebied verschillen.
De methode om te beoordelen krijgt er bovendien een extra laag bij. Vanaf 31 december 2026 treedt de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief in werking: wie onder een uurtarief van circa €38 werkt, kan zich beroepen op een wettelijk vermoeden van werknemerschap. Deze wet is losgekoppeld van het bredere wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet VBAR), waar hij oorspronkelijk deel van uitmaakte: het onderdeel dat het gezagscriterium zelf wettelijk had moeten vastleggen, is in maart 2026 geschrapt en doorgeschoven naar een toekomstige Zelfstandigenwet. Opdrachtgevers die zzp'ers inzetten, hebben dus een herhaalbare beoordelingsmethode nodig die zowel de bestaande jurisprudentiële criteria als deze nieuwe tariefgrens dekt: geen eenmalige contractcheck, maar een terugkerend proces.
Dit artikel zet uiteen wat de Wet DBA van opdrachtgevers vraagt, welke praktische criteria je toepast (inclusief de nieuwe €38-grens), hoe modelovereenkomsten zich tot dit proces verhouden nu er geen nieuwe meer worden goedgekeurd, en wat je doet als een bestaande samenwerking risicovol blijkt. Waar relevant verwijzen we naar de onderliggende bronnen (Eerste Kamer, Staatsblad en vakpers), zodat je de details zelf kunt naslaan.
Dit is vooral relevant voor HR- en financeteams die op enige schaal met Nederlandse zzp'ers werken: hoe meer contractors, hoe groter de kans dat ergens een samenwerking niet goed wordt beoordeeld, en hoe zwaarder een gemiste beoordeling optelt bij een controle.
Wat de Wet DBA van opdrachtgevers vraagt
Onder het oude VAR-systeem lag het risico van een verkeerde classificatie grotendeels bij de zzp'er zelf: met een Verklaring Arbeidsrelatie kon een opdrachtgever zich indekken. De Wet DBA, die dit systeem in 2016 verving, maakt opdrachtgevers direct verantwoordelijk voor het beoordelen van de arbeidsrelatie. Een ondertekend contract is daarmee nooit voldoende: de opdrachtgever moet actief toetsen hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet, en die toets herhalen zodra de omstandigheden veranderen.
Sinds 31 december 2026 betekent die beoordeling ook: het uurtarief toetsen aan de €38-grens onder de Wet invoering rechtsvermoeden. In de wettekst staat overigens een basisbedrag van €36 per uur, dat jaarlijks wordt geïndexeerd volgens de systematiek van het wettelijk minimumloon en naar boven wordt afgerond op hele euro's. €38 is de geïndexeerde waarde per 1 januari 2026. Onder die grens hoeft de zzp'er zelf niets te bewijzen: de opdrachtgever moet aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het rechtsvermoeden geldt ook voor overeenkomsten die op de ingangsdatum al lopen, en alleen richting zakelijke opdrachtgevers. Bij particuliere opdrachtgevers, zoals bij een klusser of fotograaf met privéklanten, is het niet van toepassing.
Belangrijk detail: een tarief boven de grens is geen vrijbrief. Tijdens de parlementaire behandeling benadrukte de verantwoordelijke minister dat de tariefgrens een rechtsvermoeden is, geen harde scheidslijn: de gewone beoordeling op gezag, integratie en ondernemerschap blijft daarboven onverkort gelden. Daarnaast keurt de overheid geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed; bestaande overeenkomsten kunnen een classificatie ondersteunen, maar nooit garanderen als de werksituatie in de praktijk afwijkt.
De haast achter deze wetgeving is deels extern bepaald. Het rechtsvermoeden is een mijlpaal in het Europese Herstel- en Veerkrachtplan, waarbij Nederland is overeengekomen wet en uitvoeringsbesluit voor eind augustus 2026 te publiceren en de wet vóór 1 januari 2027 te laten ingaan (Staatsblad 2026, 207). Bij het missen van zo'n mijlpaal staat een korting van meerdere honderden miljoenen euro's op het spel. Dat verklaart waarom juist dit onderdeel, en niet het complexere verduidelijkingsdeel, als eerste door beide Kamers ging. Nederland staat daarmee niet alleen: ook EU-regelgeving rond platformwerk zet in op strengere classificatiewaarborgen voor flexibele arbeidsrelaties.
Voor opdrachtgevers verandert er ondertussen weinig aan de kern van de beoordeling zelf: gezag, integratie en ondernemersrisico blijven de leidende criteria, precies zoals onder de Wet DBA sinds 2016. Wat wél verandert, is de urgentie. Waar de handhaving jarenlang beperkt bleef tot evidente misbruikgevallen, geldt sinds 1 januari 2025 een actief controleregime, en komt daar vanaf eind 2026 een tweede, tariefgedreven toets bovenop. Sectoren waarin veel met zzp'ers wordt gewerkt tegen relatief lage tarieven, denk aan zorg, logistiek en bepaalde ICT-functies, lopen daardoor een verhoogd risico, simpelweg omdat een groter deel van hun contractorbestand onder de €38-grens valt.

Gids
De complete gids voor wereldwijd freelancers inhuren
De praktische beoordelingscriteria onder de Wet DBA
Voor een volledige beoordeling doorloop je de volgende zes stappen. Geen van deze criteria is op zichzelf doorslaggevend: de Belastingdienst en de rechter wegen ze in onderlinge samenhang, zoals de Hoge Raad in 2023 in de spraakmakende Deliveroo-uitspraak bevestigde: de feitelijke uitvoering van het werk weegt zwaarder dan de tekst van het contract, ook als beide partijen bij het aangaan van de samenwerking oprecht een zzp-relatie voor ogen hadden.
- Toets het uurtarief aan de €38-grens (Wet invoering rechtsvermoeden, ingangsdatum 31 december 2026): onder die grens verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever.
- Beoordeel of de zzp'er onder direct gezag van de opdrachtgever werkt: geeft de opdrachtgever instructies over hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd?
- Kijk naar integratie in de organisatie: draait de zzp'er structureel mee in teamoverleg, beoordelingscycli of vaste werkroosters, net als een werknemer?
- Controleer of de zzp'er echt ondernemersrisico draagt: meerdere opdrachtgevers, eigen bedrijfsmiddelen, eigen aansprakelijkheid voor fouten of herstelwerk. Let daarnaast op secundaire voorwaarden zoals betaald verlof voor freelancers, die vaak als indicatie van een verkapt dienstverband gelden.
- Beoordeel de duur en exclusiviteit van de samenwerking: hoe langer en exclusiever, hoe groter het risico op een arbeidsrelatie.
- Leg de beoordeling vast en herhaal deze periodiek, zeker omdat de tariefgrens jaarlijks wordt geïndexeerd.
Een praktijkvoorbeeld maakt dit concreet. Een zzp'er die al meer dan een jaar exclusief voor één opdrachtgever werkt, op vaste uren, met apparatuur van de opdrachtgever, en factureert onder de €38 per uur, voldoet niet aan de traditionele criteria en weerlegt evenmin het nieuwe rechtsvermoeden. Een ondertekend freelancecontract compenseert geen van beide: pas wanneer de daadwerkelijke werkomstandigheden een zelfstandige positie onderbouwen, staat de classificatie sterker.
Documentatie van deze beoordeling hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar moet wel concreet zijn: leg per zzp'er vast welk uurtarief geldt, wie de werktijden en -locatie bepaalt, welke andere opdrachtgevers de zzp'er heeft, en wanneer de beoordeling voor het laatst is uitgevoerd. Zonder die vastlegging is een positieve uitkomst van vandaag bij een controle over twee jaar niet meer te bewijzen.
Om te laten zien wat er financieel op het spel staat: stel dat de zzp'er uit het voorbeeld hierboven twee jaar tegen €35 per uur fulltime heeft gewerkt en de Belastingdienst herclassificeert deze relatie met terugwerkende kracht. Naast de gemiste loonheffingen en premies over die volledige periode komen er belastingrente en, afhankelijk van de mate van kwaadwillendheid, een boete bovenop. Voor een enkele zzp'er loopt dat al snel op tot een bedrag in de tienduizenden euro's. Vermenigvuldig dat over een contractorbestand van tientallen zzp'ers, en de blootstelling wordt aanzienlijk.

Template
Overeenkomst van opdracht (ZZP) template
Wat dit betekent voor de opdrachtgever
Voor bedrijven met bestaande freelance-samenwerkingen is dit het moment om deze beoordeling over het hele contractorbestand uit te voeren, inclusief het checken van wie onder de €38-grens valt, in plaats van te wachten op een controle of de ingangsdatum van de wet. Wie nu al start, heeft de tijd om samenwerkingen bij te sturen voordat het rechtsvermoeden of een controle van de Belastingdienst de keuzes voor je maakt. In de praktijk betekent dit dat HR en Finance dit onderwerp gezamenlijk oppakken: HR kent de dagelijkse werkrelatie met elke zzp'er het best, terwijl Finance zicht heeft op tarieven, facturatiehistorie en het totale contractorbestand. Zonder die samenwerking blijft een deel van het risico onzichtbaar tot het te laat is. Wie dit breder wil aanpakken dan alleen de Wet DBA, vindt in een overzicht van HR compliance bij internationale inhuur hoe classificatierisico's samenhangen met bredere nalevingsvraagstukken.
Dat is meer dan een juridische formaliteit. Een beoordeling die nu al plaatsvindt, geeft je de ruimte om een samenwerking geleidelijk aan te passen, bijvoorbeeld door het tarief te herzien, taken te herverdelen, of een zzp'er tijdig een ander contractmodel aan te bieden. Wacht je tot 31 december 2026 of tot een controle, dan is die ruimte er niet meer en sta je voor een acute keuze onder tijdsdruk, vaak met een lopende naheffing als extra complicatie.
- Voer de uurtarief-toets nu al uit over je volledige Nederlandse contractorbestand, ruim voor 31 december 2026.
- Herbeoordeel samenwerkingen die een laag tarief combineren met een lange looptijd of exclusiviteit: die dragen onder beide toetsen een opgeteld risico.
- Vertrouw niet langer op een modelovereenkomst als enige verdediging; documenteer in plaats daarvan de daadwerkelijke werkomstandigheden.
- Bouw een terugkerend beoordelingsritme in plaats van een eenmalige audit, want de tariefgrens zelf beweegt elk jaar mee.
Voor engagementen die telkens als hoog risico terugkomen (lange looptijd, laag tarief, feitelijke aansturing als bij een werknemer) is het vaak goedkoper om vooruit te lopen op een mogelijke herclassificatie dan erop te wachten. Dat kan betekenen dat een zzp'er alsnog in dienst komt, of dat de samenwerking via een Employer of Record loopt zodat de arbeidsrelatie vanaf de start correct is vastgelegd. Welke route het beste past, hangt af van hoe structureel de rol is: een tijdelijke projectbijdrage vraagt om een andere oplossing dan een functie die feitelijk al jaren onderdeel is van het vaste team.
Veelgemaakte fouten bij de beoordeling
De volgende fouten komen in de praktijk het vaakst voor en vergroten het risico op een naheffing of een geslaagd beroep op het rechtsvermoeden. Veel van deze fouten zijn niet het gevolg van onwil, maar van gewoontes uit de tijd dat een modelovereenkomst nog als voldoende bewijs gold en handhaving nauwelijks plaatsvond. Diezelfde gewoontes zijn nu, met actieve controles en een nieuw rechtsvermoeden, een stuk risicovoller geworden.
| Fout | Gevolg | Risico |
|---|---|---|
| Een modelovereenkomst als op zichzelf staand bewijs beschouwen | De werkelijke werkomstandigheden worden genegeerd | Herclassificatie ondanks het contract |
| De nieuwe €38-grens negeren omdat "het contract er goed uitziet" | Het rechtsvermoeden treedt alsnog in werking, ongeacht de contracttekst | De bewijslast verschuift naar de opdrachtgever |
| Geen periodieke herbeoordeling van langlopende samenwerkingen | Het risico groeit onopgemerkt, zeker nu de tariefgrens jaarlijks wordt geïndexeerd | Grotere blootstelling met terugwerkende kracht |
| Geen documentatie van het beoordelingsproces | Geen verdediging bij een controle | Lastiger een bevinding te weerleggen |
De gevolgen van deze fouten stapelen zich op: naheffingen van loonbelasting en premies met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025, boetes zodra de huidige verzachte handhaving eind 2026 afloopt, verstoring van langlopende samenwerkingen, en verscherpte controle bij toekomstige inhuur. Voor organisaties die met meerdere zzp'ers tegelijk werken, telt elk van deze fouten mee per samenwerking, wat een klein risico per contract al snel optelt tot een aanzienlijke blootstelling op portfolioniveau. Een organisatie met tien zzp'ers waarvan er drie structureel te veel gezag ervaren en onder de tariefgrens factureren, loopt niet een risico, maar drie afzonderlijke naheffingstrajecten, elk met eigen terugwerkende kracht, rente en mogelijke boete. Vroeg ingrijpen bij de eerste signalen is dan ook goedkoper dan wachten tot een controle alle drie tegelijk blootlegt.
Deel Contractor
Neem internationale contractors compliant aan, beheer en betaal ze

Wanneer schakel je juridisch advies in
Niet elke beoordeling vraagt om externe hulp, maar bij twijfel (bijvoorbeeld wanneer een samenwerking al langer loopt, het tarief dicht bij de grens ligt, of de organisatie meerdere vergelijkbare engagementen tegelijk herbeoordeelt) is het verstandig om een arbeidsrechtjurist te betrekken. Dat geldt zeker voor sectoren waar de Belastingdienst extra aandacht aan besteedt, zoals zorg, bouw en ICT, waar het aandeel zzp'ers traditioneel hoog ligt en de kans op een controle daardoor groter is.
Een terugkerende beoordeling voorkomt een kostbare naheffing
Een gedocumenteerde, herhaalbare Wet DBA-beoordeling, die zowel de nieuwe €38-grens als de traditionele criteria voor gezag en integratie toetst, beschermt zowel het bedrijf als de zzp'er tegen een kostbare herclassificatie achteraf. Dat levert een verdedigbaar, gedocumenteerd classificatieproces op dat beide toetsen dekt, een lager risico op naheffingen en boetes, en meer zekerheid bij het op schaal inzetten van Nederlandse freelancers. Zeker nu de Zelfstandigenwet nog in voorbereiding is en de regels dus verder kunnen verschuiven, is een proces dat je periodiek herhaalt waardevoller dan een momentopname die na een wetswijziging alweer verouderd is.
Ontdek hoe Deel Contractor Management de beoordeling en vastlegging van zzp-overeenkomsten onder de Wet DBA vereenvoudigt, inclusief de nieuwe €38-grens. Boek een demo om te zien hoe dat in de praktijk werkt.
Deel Contractor
Minimaliseer risico op schijnzelfstandigheid

FAQs
Wat is het verschil tussen de Wet DBA en het rechtsvermoeden onder de Wet VBAR?
De Wet DBA regelt sinds 2016 hoe opdrachtgevers een arbeidsrelatie moeten beoordelen op basis van gezag, integratie en ondernemersrisico. Het rechtsvermoeden komt uit een apart wetsvoorstel dat oorspronkelijk onderdeel was van de Wet VBAR: het verduidelijkingsdeel van die wet, dat het gezagscriterium wettelijk had moeten vastleggen, is in maart 2026 geschrapt en doorgeschoven naar de toekomstige Zelfstandigenwet. Alleen het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief ging als zelfstandig wetsvoorstel door en treedt op 31 december 2026 in werking.
Vanaf welk uurtarief geldt het rechtsvermoeden van werknemerschap?
De wettekst noemt een basisbedrag van €36 per uur, jaarlijks geïndexeerd volgens de systematiek van het wettelijk minimumloon en naar boven afgerond op hele euro's. €38 is de geïndexeerde waarde per 1 januari 2026; het bedrag dat op 31 december 2026 daadwerkelijk geldt, volgt uit de indexatie op dat moment.
Geldt het rechtsvermoeden ook voor lopende contracten?
Ja. Het rechtsvermoeden geldt ook voor opdrachten die op de ingangsdatum van 31 december 2026 al lopen. Het geldt alleen richting zakelijke opdrachtgevers. Bij particuliere opdrachtgevers is het niet van toepassing.
Is een tarief boven de €38-grens automatisch veilig?
Nee. De tariefgrens is een rechtsvermoeden, geen harde scheidslijn. Boven de grens blijft de gewone beoordeling op gezag, integratie en ondernemerschap onverkort gelden. Een hoog tarief sluit schijnzelfstandigheid dus niet automatisch uit.
Kan ik nog steeds een modelovereenkomst gebruiken om mijn zzp-relatie vast te leggen?
Bestaande modelovereenkomsten blijven bruikbaar als ondersteuning, maar de overheid keurt geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Een modelovereenkomst garandeert bovendien nooit een classificatie als de daadwerkelijke werkomstandigheden ervan afwijken. De praktijk weegt zwaarder dan het contract.
Wat gebeurt er met het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR?
Dat onderdeel, dat had moeten vastleggen wanneer iemand precies als zelfstandige geldt, is losgekoppeld van het rechtsvermoeden en doorgeschoven naar de Zelfstandigenwet, die op dit moment nog in voorbereiding is. Tot die wet er is, blijft de beoordeling van het gezagscriterium gebaseerd op bestaande jurisprudentie zoals het Deliveroo-arrest.
Wat kost een herclassificatie onder de Wet DBA gemiddeld?
Dat verschilt per situatie, maar de opgetelde kosten van een naheffing lopen doorgaans op tot een bedrag in de tienduizenden euro's per zzp'er: gemiste loonheffingen en premies met terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar, belastingrente over die periode, en eventueel een boete. Bij meerdere zzp'ers tegelijk stapelen deze bedragen zich per samenwerking op, wat het financiële risico op portfolioniveau snel laat oplopen.





